![]() |
AAN/ UIT - Schakeling: Het in werking stellen van het onderdruk-apparaat volgt d.m.v. een AAN / UIT - Schakelaar. Het apparaat loopt constant met 100% vermogen. De gewenste onderdruk wordt via de luchttoevoeropeningen ingesteld. |
![]() |
handmatige toerentalregeling: Het in werking stellen van het onderdrukapparaat volgt d.m.v.een handmatige toerentalregeling. De gewenste onderdruk wordt via de luchttoevoeropeningen en/of door de handmatige toerentalregeling ingesteld die het vermogen van het apparaat regelt . |
| Na stroomuitval zal, na herstel van de stroom-voorziening, het onderdrukapparaat automatisch herstarten en terugkomen op de ingestelde waarde. |
|
|
handmatige bedrijfsstand (LED MANU): In de handmatige bedrijfsstand wordt met de „+“ en „-" toetsen het vermogen van de ventilator aangegeven. De indicator „2“ geeft deze waarde in „%“ aan. De indicator „1“ geeft permanent de onderdruk aan. automatische bedrijfsstand (LED AUTO): In de automatische bedrijfsstand wordt met de „+“ en „-“ toetsen de ingestelde waarde in Pascal voor de onderdruk aangegeven (indicator „2“). Door vergelijking van de ingegeven ingestelde waarde met de permanent gemeten aktuele gerealiseerde waarde (indicator „1“) wordt het toerental van de ventilator automatisch aangepast, d.w.z. de ventilator gaat automatisch „omhoog“ of „omlaag“. Bij het bereiken van het maximale toerental van de ventilator begint de LED „Fan“ op te lichten. De noodzakelijke filterwissel wordt door de LED „filter“ aangegeven. |
| Bij stroomuitval slaat de besturing de laatst ingestelde waarde op in zijn geheugen en start automatisch na herstel van de stroomvoorziening en komt terug op de laatst ingestelde waarde. |
| Ter beveiliging van de ingestelde waarde wordt de complete besturing met een sleutel vergrendeld. |